[
../pages/indexpag.html]
[
../pages/werkgroeppag.html]
[
../pages/activiteitenkalender.html]
[
../pages/nieuwspag.html]
[
../pages/fotopag.html]
[
../pages/videopag.html]
[
mailto:info@dassenwerkgroepbrabant.nl]
[
../pages/donatiespag.html]
[
../pages/inhoudpag.html]
[
../pages/inhoudpag.html]
Copyright (C) Stichting Dassenwerkgroep Brabant www.dassenwerkgroepbrabant.nl
KvK: 17190229 Rabobank Boxmeer: 1218.82.934 info@dassenwerkgroepbrabant.nl
Alle rechten voorbehouden. Aan de inhoud van deze website kunnen op geen enkele wijze rechten worden ontleend. inhoud site
Anouk Reefman
Goed. Eigenlijk weet ik niet zoveel van dassen. Alleen dat ik vreselijk gecharmeerd ben van dit beest.
Vooral het waarom van die bekoring houdt me bezig. Woorden schieten tekort voor een stadse juffert in het buitengebied. Spreekt alleen de verbeelding?
Nou, nee niet alleen fantasie. De verschijning van het beestje zelf, heb ik toch al een keer of vier 'Life' mee mogen maken in de tien jaar tijd dat we buiten wonen. De eerste keer was op de beukenlaan laat op de avond in het schijnsel van de koplampen van mijn auto. Ik kwam niet verder dan de rem en de gewaarwording van "een soort grote poes".
Maar het gestreepte en de grootte klopte niet met mijn beeld van 'de poes'. Later thuis, in een biebboek over Europese zoogdieren, keek plotseling een dikke das me aan en toen viel het kwartje.
Met deze geheel eigen ervaring van de zgn. 'paradise by DAShbordlight' is mijn liefde voor de das begonnen.
Een dassensneusje.
Foto: Valentijn te Plate
Inmiddels heb ik er een ware passie voor ontwikkeld, maar niet zomaar eventjes.
De das is immers een echt buitenbeest en deze Juffert is als geboren binnendier, vers op het platteland. Met stadse bagage word je niet zomaar even een 'boerke van buuten'.
Verder dan 'aarden' zal ik trouwens nooit komen. Zoiets kost al veel kruim en gaat in een heleboel koude kleren zitten.
Maar dan toch, warempel ziet dáár! Ik ontdek dat voor ons huis een oeroude dassenburcht ligt verscholen. Tja, ach, een dikke meter of tachtig lang en je moet voor het bereik wèl zo'n tweehonderd meter lopen. Het blijven in eerste instantie een heleboel zandbergen met hier en daar een diep gat.
Geen das te zien, hoor! Dasalniettemin kom ik uitgelaten thuis de vondst melden.
Er moet en zal meteen een naam bedacht worden voor de locatie. Want daarmee garandeert de natuur niet alleen de verschijning van dassen, maar ook de komst van kleine dasjes, vind ik.
Na veel verzinsels heet de oerburcht nu de "Antiekert". We blijken namelijk wel meer dassenbedoeninkjes te hebben op het terrein.
Sinds dit voorjaar is er zelfs een heúse nieuwe burcht bij. En als er iets voorvalt, moet je de plek toch 'gericht' kunnen duiden. Behalve de "Antiekert", hebben we nu dus ook 'de Nieuwe' en een verderop gelegen fort in aanbouw is 'de Bloemenburcht' gaan heten.
200 meter lopen naar de Antiekert.
Een Juffert beleeft de natuur op geheel eigen wijze en voor echte dassenmensen wil mijn taalgebruik soms wat bijster overkomen. Het went wel hoor, begrijp ik van Ton, die hier met zijn snufferd de dassenpijpen monitort voor de werkgroep.
'Tomtietomtietton', heet deze dassendeskundige inmiddels bij ons thuis. Hij, die al gauw iets een te groot woord vindt, accepteert ons meidengebral gelaten. De rust van Ton vind ik op mijn beurt wel passen bij de hobbelende bewegingen van de das in zijn veels te grote jas!
Beiden op hun gemakje.
Ik mail wel eens een observatieverslagje naar Ton's betonnen apenrots (zijn woorden) in de Randstad. Daar werkt hij overdag voor de kost en je moet de 'Meles Meles' toch wat bij houden, niet?
Als je met onze Tomtieton een dassenburcht bezoekt, LEER je kijken en pas dan echt te zien.
Ook een leuke gewaarwording, als je de veertig al gepasseerd bent.
Maar zèlf had ik al eerder de dassenpaadjes ontdekt, echt wèl. Officieel noemen ze die 'wissel'. Ik vind het meer een soort 'vaste loopjes', die je vertellen wat er waar die nacht weer uitgespookt is.
Ja, een soort geheimtaal die spreekt. Je wordt nieuwsgierig naar de das en tegelijkertijd leer je jezelf als mens beter kennen. Tenslotte 'hoort' iedereen toch netjes over bospaden te lopen tegenwoordig. Doe je dat eens niet, dan gaat er een compleet nieuwe wereld voor je open.
Een dassenpad.
[
./anouk002pag.html]
[
./anouk002pag.html]
Eigenlijk zijn wij mensen van het padje af, doordat we op de grote paden (moeten) lopen.
Ik realiseer me terdege dat niet iedereen een bos als achtertuin heeft en permitteer me dus wel een bepaalde vrijheid. Zeker door een dassenwissel ook nog eens alleen te lopen, zonder deskundige begeleiding.
Maar zo ontdekte ik het bestaan van dassenw.c.-tjes. Zo lief, allemaal kleine kuiltjes bij elkaar.
Elk putje wordt beurtelings gevuld met drolletjes van de hele familie! Samen lekker poepen in hetzelfde gat, hoezo zijn dassen sociale en propere beesten? De toiletten waren ook mijn eerste confrontatie met sporen van heuse minidasjes. Pa poept namelijk als laatste de kleine drolletjes onder.
Ziet u een juffert al met een stokje in zo'n keutelkuiltje wroeten? Het maakt de speurneus in je wakker en ook de poëet. Ik schreef er een dassendrolgedichtje over, dat wijselijk geweigerd werd voor publicatie in ons plaatselijke natuurblad. Gedicht 'een dassendrol'.
De dassen hebben een maïsmeeting gehad.
dassenw.c.-tjes
Poep blijkt een ultieme en intieme manier om de das van achter en van voren beter te leren kennen. Je ziet wat ze op dat moment als hoofdbestanddeel op hun dagelijkse menu hebben staan.
Of ze die nacht een hazelnotenhouseparty dan wel maïsmeeting gehad hebben bijvoorbeeld.
Je komt van alles tegen in de zwarte pierenprut en leert uitwerpselen van andere dieren als afwijkend te zien.
Een dassenwissel trekt gewoon rechtdoor mensen, het zijn zo'n dappere nomaadjes!
De das heeft eenvoudig gezond lak aan het verschil in eigendom van Piet of Klaas.
Het prikkeldraad om de percelen, maakt echt geen fluit uit voor de dassentrek.
En zo vindt een Juffert plukjes lange witte haren met zwarte puntjes aan dit snijdijzer: tastbare sporen van de dassenjas.
Vooral de lengte van een dassenhaar maakt indruk. Ook het kleurcontrast is op mijn netvlies blijven zitten. Ik ben zo in mijn sas en niet veel later tref ik één haar aan, vastgekleefd aan de hoed van een hapklare rode paddenstoel. Zoiets kleins vervult me groots.
Die arme das moest eens weten.
Een dassenhaar.
Zelf zijn ze die nacht, op die plek, vooral drukdoende geweest met het woelen in de bosbodem.
Ze sneuzen naar wormenmaaltjes en laten zo een spoor van pierenputjes achter.
Kijk, die ene verloren haar zal hun een worst wezen. Voor mij is het echter aanleiding om beter na te gaan denken over dassengedrag en het onmogelijke knuffelgehalte van mijn gevoel voor dit buitenbeest. Een combinatie die resulteert in mijn talige met het begrip "sneus".
Dit is eenvoudigweg een samenstelling van het woord 'Snoezig' en 'Neus'. 'Sneus' voor de activiteit van die lange lieve wollen bollige dassenneus, waarvan we de sporen overal tegenkomen in het bos.
En voor deze juffert is het natuurlijk 'Sneu' dat ze de onmogelijkheid van haar kroelbehoefte beseft.
>wordt vervolgd<
Een solo drolletje markeert 'mijn-terrein'.
[
#ANCHOR_Img4]
Terug naar boven