Copyright (C) Stichting Dassenwerkgroep Brabant                                                                                                                              www.dassenwerkgroepbrabant.nl 
Alle rechten voorbehouden. Aan de inhoud van deze website kunnen op geen enkele wijze rechten worden ontleend. 
                                                                inhoud site
De Das
De Das
ontwikkeling  lichaamsbouw  zintuigen  geluiden  sociaal gedrag  voortplanting 
biotoop  voedsel  territorium
Zintuigen

De ogen van de das zijn aangepast aan het leven in het donker. Ze zijn echter bijzonder klein van formaat voor een nachtdier, en hij vertrouwt dan ook meer op gehoor en reuk. De das ziet kleuren niet zo goed en kan alleen binnen een relatief korte afstand scherp zien. Contrasten ziet hij des te beter. Hij ziet een silhouet al op 50 meter afstand.

De das kan goed horen, de lage tonen ongeveer net zo goed als een mens, maar de hoge tonen vele malen beter. Waarschijnlijk kan de das zelfs het, vaak ultrasone, geluid van kleine knaagdieren horen.
Reuk is verreweg het sterkst ontwikkeld. De wereld van de das is een wereld van geuren.
Dassen kunnen bijvoorbeeld na 2 dagen nog ruiken of er mensen op de burcht zijn geweest. De geur van soortgenoten kunnen ze nog beter ruiken. Dassen hebben vaste paden waarover ze lopen (wissels) die, net als dassenburchten, eeuwenoud kunnen zijn. Deze wissels markeren ze met de geur uit de anaalklieren. Zelfs als een wissel over een akker is omgeploegd kunnen ze hem nog feilloos volgen.


Dassen kennen hun territorium door de geuren. Ze hebben
als het ware een plattegrond van geuren in hun hoofd. Het
nog ontbreken van deze kennis is een reden waarom jonge
dasjes zo dicht bij het hol en bij hun moeder blijven.
In een gebied zonder de geuren van (andere) dassen is
de das angstig en hopeloos verdwaald. Zo kunnen ze
op de meest vreemde plaatsen aangetroffen worden.
De dassen in een populatie bewegen zich dan ook
van territorium naar territorium.
Geïsoleerde restpopulaties zijn dan ook altijd ontstaan
door toedoen van de mens. Dit houdt echter ook in dat
natuurlijke uitbreiding van een populatie bijzonder traag
verloopt in gebieden waar dassen al lang niet meer voor-
komen. In gebieden waar nog wel een klein aantal dassen
voorkomt, kan de nieuwe aanwas zich over de 'straten' van
geuren veel sneller oriënteren en verplaatsen, en ook het gebied sneller 'herbevolken'.
Als de bodem nog warm is en de lucht snel afkoelt zijn de geuren van de grond het beste te ruiken. Deze situatie doet zich in de schemer voor. Dit is dus de beste tijd voor de das om eten te gaan zoeken (foerageren).
In het bos foeragerende das
Video